het is de dag voor morgen

‘ik heb geen klote goesting’, ‘ik ben al de hele week fysiek bezig en dat op mijn leeftijd’. Denk dat ik hem erbij zei, die ouderdom. Tegen de ergo die me kwam verleiden ‘we gaan buiten wandelen’.

Ik haat vrijdag. Altijd al gehad. Dat opgeklopte (‘goed weekend’, ‘fijn weekend’, ‘prettig weekend’) geblaat. Decennia heb ik weekends volgepropt met bezighouden. Maar dat is nu gelukkig al jaren voorbij. Dank zij haar.
En dan moe. Dezer dagen ook lichamelijk. En dan psychisch: prikkelbaar, niet te genieten.

“Je moet vooruit kijken. Er is maar één weg. Het heeft geen zin om te klagen. Die en die heeft het veel slechter (‘en kijk eens naar haar’, ‘zie hem eens’)”

Prietpraat. Lulkoek. Gaat niet als je moe en prikkelbaar bent. Leer voor altijd en eeuwig dat het niet helpt om die woorden uit te spreken. Alleen stilletjes bij jezelf. En herhalen. En erin geloven, ook nog. En blijven herhalen. Dag na dag, jaar na jaar …..

Gelukkig nieuwjaar.

Er zijn nog zoveel GOEDE mensen

U en ik bijvoorbeeld. Maar daarover zullen we het straks hebbbeen.

Er zijn de ouders van een 20-jarig meisje die haar, vanuit een Oostblok weeshuis, dertien jaar geleden adopteerden. Ze hebben dit revalidatiecentrum gekozen omdat dat in het Noorden van Frankrijk ‘effroyable’ was. Een kaartje voor de mede-revalidanten t.g.v. Kerstmis en een doos Pralines van Leonidas en artisanale koekjes: de Maman kent hare wereld en smeert de Vlamingen met hun eigen vet.
Het meisje, Yara, is super enthousiast. De brandwonden en gedeeltelijke verlamming krijgen haar niet klein. Vorige week mocht ze in de sportzaal niet meespelen met parcours maar moest een stomme rekoefening doen. Tot ze het commando kreeg over de geluidsinstallatie. De modernste maar vooral meest dansbare hits zinderden uit de boxen en Yara was meteen de meest gevraagde – de enige eigenlijk – danseres (in rolstoel) Vandaag swingde ze weer tijdens het kerstfeest in de garage/kelder van Pellenberg, de enige plaats die coronasafe genoeg bevonden werd om ons na een ‘wandeling’ te vergasten op veel versiering, zelf gemaakte wafels, cake en warme drank.

De liefde van de man gaat door de maag, zult u wellicht denken.

Maar er is meer.
Het feit dat de begeleiders zo begaan zijn: ze zien wanneer je een mindere dag hebt (‘je luistert weer naar dat boze stemmetje in je hoofd’, zegt de ergo als ik mezelf streng toespreek dat mijn wandelen op dat hellend bospad toch veel sneller kan, nee moét).
Dat de hele instelling hier bollenvol kerstversiering bulkt.
Dat de nachtwaker een kaartje in zijn kerstboom hangt voor mijn kamergenoot (die nachtraaf).
Dat die laatste een klant van vroeger aanspreekt om veertig relatiegeschenkjes meer te bestellen en die hier onder de co’s uitdeelt. Nog zo een goed mens, die ex-klant.

Zonder manisch in een euforisch betoog te willen stranden, wil ik melden dat de bui van enkele weken geleden is overgewaaid.
Er is toekomst. Vanaf januari met een nog-computerder-gestuurdere knie verder oefenen met stappen en fietsen. Zien waar we dan uitkomen.

En gaat het dan iets langzamer, dat mág.

Fijne dagen, goede mensen, al betekende dat enkel dat we aan elkaar denken, het is goed.

Ik heb een heel zwaar leven

Het gaat echt niet meer.
Het stappen met de prothese gaat niet want ik heb altijd (….) pijn aan die spier buitenkant stomp.
Ik word dan ook steeds (…) onredelijk boos en stel me aan als een klein, klein kleutertje. Zullen ze wel denken, van me.
Die ene buurman op de kamer vind ik een egoïst. Diepe denkers en spirituele filosofen beweren dat juist díe mensen op ons pad komen die je een hint geven over waar je zelf nog een paadje hebt af te leggen. Vooruit dan maar. Maar voorlopig nog niet. De buurman blijft een etter.
Ze (..) zitten allemaal achter mijn veren. Doe je best, het is voor je eigen goed. En achteraf zal je spijt hebben. Goed bedoeld van mensen die het beter met me voorhebben dat ik ooit zou willen missen.
Maar ik wil niet meer, ik wil niet meer; ik ben lekker stout.
Hopla, daar vlogen die krukken naar de hoek van de immense gymzaal met een view op de 7de verdieping. Gelukkig stevig ommuurd.
Want wat was ik kwaad, dat mijn stomp eens in de drie dagen pijn durft te doen.
Doem, doem, zie je wel, dat zal altijd zo blijven, het is mijn lot, dácht ik het niet, het is me niet gegund, dat zou je nou altijd zien, etc.

Ha, een vriendin van lang terug – en van nu nog altijd – belt me.
Zou die …., zou ik durven eens lekker zwart van gal te steken? Tsjakka, mijn slechtere helft heeft er nog maar net over bezonnen, of de betere is er al aan begonnen.
Miserabele carrière, de naam niet waard. Altijd een pleaser geweest, dan kán je gewoon niet voor jezelf opkomen; ‘doe het voor jezelf’, wordt dan tegen mijn dovemansoren gezegd.
En dat vorige huwelijk, nou je weet wel.
‘Was dat niet al even geleden?’, vraagt de stem aan de andere kant.
Dat is niét wat mijn bromhelft graag wil horen. Nee, het is nú, want ik wil er nú over klagen!
Eens prakkiseren, wat kan ik nog uit mijn zeurmouw toveren? Dat ik moet meeleven met de generatie voor en achter mij? Hm, kan op weinig bijval rekenen. ‘Jij hebt tenminste nog een zus en een broer, ik stond er alleen voor’.

Dan vraag je me wat er morgen op het programma staat en ik moet bekennen dat niet iedere dag zo volgepropt zit met therapie-uren als mijn opschepperige kant wel eens beweert.
Oefeningen in mijn uppie staan voor morgenvroeg gepland. De suggestie om er een activiteit tezamen met andere revalidanten van te maken, werpt het eerste vrolijke licht op mijn sombere driedaagse bui.
Er is ook een vrijwillige fietstocht om 09:00. En ‘Functionele Amputatiegroep’, ‘Buitentocht Vaardigheidsparcours’ en ‘Postuur’. Voor de validen onder ons, dat zijn respectievelijk: dagelijkse activiteiten met een prothese; buiten wandelen over hobbelige, hellend, trappend, of kiezelend terrein; en in een kooi liggen, getekend en met tegengewichten en spanbanden je stomp in de juiste richting laten trekken. Andere gedachten onmiddellijk gepardonneerd.

Dan belt mijn vrouw, wonder van de laatste jaren, en ze brengt me aan het schateren, zoals al een hele tijd (…) of dertien dagen niet gebeurd is. Ze was bij haar moeder. Probeerde haar weer te overtuigen van de voordelen van een woonzorgcentrum. Je kunt ook een paar dagen gaan om te knutselen. En toen …. toen begon Moe een verhaal te vertellen over een mevrouw uit het dorp die ze kende. Woonde die ook in het rusthuis? Of had ze er ook eens geknutseld? Had ze een nicht die in de keuken werkte of een schoonzoon die er de klussen opknapte? Het betoog van de bejaarde vrouw duurde wel ‘een uur’ maar Ann wist nog altijd niet waar het verhaal naar toe ging of wat de betrokkenheid van die kennis wel kon zijn.
Toegegeven, het grappige ontgaat jullie misschien, maar ik bulderde in een explosie van lang geleden niet meer zo gelachen.

Och, we geven het zware leven vandaag snel terug aan Brigitte Kaandorp om over te zingen.
En we beginnen vandaag weer opnieuw met een voorzichtig melodietje dat kan uitgroeien tot een galmende aria. Of een slaapliedje voor de kleinzoon die op komst is!

Wat als alles makkelijk was?

Geen idee, maar misschien komen we er vanavond wel achter! Als jij nu eens in mijn hoofd zou kunnen kijken – en ik zou de vieze gedachten keurig achter een bordeaux pluchen gordijn verstoppen – dan hoefde ik niks te vragen. Jij zou weten wat ik wilde en het voor mij doen; lekker makkelijk.
Onlangs pas werd me verteld dat, om een medemens te laten weten wat je voelt, denkt of bedoelt, je moet praten. En dat je het dan misschien krijgt. Maar veel handiger is om het te nemen. Dan moet de ander vragen of hij of zij het mag terugkrijgen. Als ie durft.

De wereld is een schouwtoneel. De wereld is een soep en wij zijn de balletjes.
De wereld gaat aan vlijt ten onder. ’s Lands wijs’, ’s lands eer.
Wie niet waagt niet wint bezint eer ge begint of met je kin in het grind.
Vogeltje dat ’s morgens vroeg zingt is voor de poes.
De poes van Loes staat onder de douche.

Naar moderne psychologische begrippen, helpen deze waarheden (ze zijn nochtans als een koe) ons geen sikkepit verder. Het leven is immers zéér complex, het is zeker niet simpel.

De mens wil graag gezien worden, gelijk hebben, belangrijk zijn, seks hebben, gewaardeerd worden, familie om zich heen zien, dun worden en welvarend zijn.
En dat elke dag opnieuw.
De mens moet maar vier dingen: ademen, drinken, dromen en kakken
(netjes in alfabetische volgorde)
In Dinosaurustijd en in Bangladesh en zo gaan de ‘moetjes’ voor de ‘willetjes’.

Es wäre vielleicht nicht slecht dass zukunftmässig auch die reiche Länder die Prioritärisierung von ‘wollen‘ nach ‘müssen‘ verschieben können sein werden dürfen hätten.

Er is veel strijd tussen mensen die nooit vragen en mensen die altijd nemen.
Op een keer – oh zó onverwacht voor de laatsten – eisen de eersten ineens op waar ze recht op hebben. Met luidere stem dan de nemers verwacht hadden. Leek het maar zo omdat de nooit-vragers altijd zo stil geweest waren? Of schreeuwden die achenebbisj mensen zo hard omdat ze verleerd waren om hun stem te gebruiken en vergeten waren waar de volumeknop zat?

Wij mensen doen ons heel graag beter voor. Eerste ontmoetingen zijn daarvoor de ideale gelegenheden: kijk eens hoe mooi, slim, sociaal, grappig, begripvol, energiek, positief en schattig ik ben! Dat houd je niet vol. En dan stel je teleur. Die ander stel je niet teleur, want die weet best dat iedereen een piekfijne maar valse eerste indruk wil achterlaten.
Je stelt jezelf teleur, mijn jongen, omdat je met je gedrag die ‘ander’ zo veel belangrijker heb gemaakt dan jezelf. Zodat je vond dat je jezelf niet kon zijn.

Dat kon je wel. Niemand vraagt van jou iets. Minst van al of je iemand anders wil zijn dan wie je bent.

Wees jezelf. Wir schaffen dass!

NOT a walk in the park

Pas deze week heb ik ingezien dat het hard werken is. Al ruim drie weken probeer ik iets meer dan klunzige stappen te zetten tussen de stangen van een brug. De mechanische knie van mijn voorlopige prothese wordt wel als schuldige aangewezen voor mijn robotachtige bewegen. Maar toch, de eerst kennismaking met de ijzeren stangen met een gewricht ertussen en een koker erboven die voorzien is van een klein uitsteeksel waarop mijn zitbeen moet steunen was een beetje een teleurstelling.
Dat logge ding was verrekt zwaar en een ongemakkelijk verlengde van mijn stomp. Mijn eerste stappen deed ik met verwoede bewegingen van de hele heup en ‘pas’ na drie dagen voelde ik dat een klein schokje vanuit de stomp genoeg was om de knie te buigen en met de prothese een goede stap te zetten.

Daarenboven, is het geraadzaam om zoveel mogelijk vrijwillige therapie te volgen bovenop de twee, drie, of maximaal vier (soms vijf) uren per dag: de fitnesszaal of de toestellen op de verdieping van de kine/ergo lenen er zich uitstekend voor.
Het besef is langzaam maar zeker gegroeid dat deze hoogst vriendelijke, doch tamelijk gruwelijke omgeving een levensfase vormt van loutere toewijding op lichamelijk herstel.

Aangezien je lichamelijk enkel aan jezelf kan werken, kunnen het uitzicht van andere patiënten – waar ik net over sprak – noch hun verhalen bijdragen aan iemands revalidatie: hier moet je voor jezelf zorgen! (Empathisch meeleven mag en luisteren moet). Daar zat voor mij een beetje de ‘bottleneck’: proberen populair te zijn door iedereen uit te vragen en te luisteren. Alle namen noteren in mijn iPhone om iedereen te kunnen begroeten bij de voornaam.
En vooral de (onterechte) schroom om nuttige zaken voor de revalidatie te vragen, zoals extra sessies, bij voorbeeld in de relaxatieruimte of sportzaal.

Om de lange periode en de lange dagen te overleven – gelukkig zijn er de weekends thuis – zijn er in dit prachtige revalidatieoord ook vele strategieën om te overleven gegroeid. Zoals dat ook gebeurt in gevangenissen en diverse instellingen.
Je hebt de rokers, die talloze keren per dag de buitenlucht en hun stalletje waar roken is toegestaan, frequenteren. Er is een collega die ’s nachts het gesnurk of gezucht van de kamergenoten – velen van ons, ik ook, slapen met zijn drieën op een kamer – ontvlucht door een frisse neus te gaan halen. De nachtwaker is omgekocht met warme chocomelk uit de automaat in de inkomhal, en zo wordt de deur voor Pieter ook bij nacht geopend.
Gemeend voelen we mee met de zwaar verbrande Emily, van wie de handen enkel een sigaret kunnen dragen middels een ijzeren handje. Ze is steevast op zoek naar een vrijwilliger om de sigaret door het gaatje te duwen. Wat zag ze er laatst stukken beter uit toen de schminkster zich op haar had uitgeleefd (met dank aan de ergo die haar inhuurde)
Je hebt de avondlezers, die zich ’s avonds in hun boek(en) wormen om zich terug te trekken in een verhaal; dit onuitgesproken signaal wordt door de kamergenoten gerespecteerd.
Hetzelfde geldt in nog sterkere mate voor het tv kijken (iedereen heeft zijn eigen scherm) met de koptelefoon op.
Enkele durvers laten zich, wanneer ze hun laatste therapieuur om drie uur hebben, afhalen door een partner of vriend om er clandestien even uit te vliegen naar de bioscoop of een restaurant. Iets dergelijks gebeurt wanneer één van de revalidanten een pizza of pitta laat bezorgen.

Wat is er nu zo zwaar aan de revalidatie?
Iedere dag heb ik een uur kinesitherapie en een uur ‘postuur’, dat is op een tafel liggend je stomp laten rekken naar binnen en achter, tegen de richting in die de afgesneden spieren willen nemen. Ook bijna elke dag een uur ergotherapie. Zowel kine en ergo bestonden er aanvankelijk in om het lijf sterk en in balans te krijgen, maar zijn nu louter gewijd aan met de prothese stappen.
Een keer per week is er kracht en preventie. Idem voor matten groep, oefeningen die het uiterste van je spieren vragen; zeker als die al meer dan tien jaar niet mee getraind zijn.
Er is ook nog sport, met o.a rolstoel badminton. Er wordt buiten gefietst met handfietsen gekoppeld aan rolstoelen en driewieler. Rolstoeltraining om stoepen en hellingen en hobbels en bobbels te attaqueren, etc.
Mijn laatste ervaring was proberen te golfen op een echt terrein. Met de prothese aan en dus vastgehouden door de sportcoach, lukte het de helft van de tijd om het balletje van de T het groen in te slaan.

Hoe lang? Dat vraagt bijna iedereen zich af. En ik niet minder.
Met de voorlopige prothese (die met de mechanische knie, die enkel een buiging kan maken) uit de brug geraken en dan ‘vrij’ lopen, eerst met krukken en dan helemaal los.
Ik hoop op een computergestuurde knie die volgende of de week erna zou beschikbaar zijn om mee te oefenen; zo’n gewricht is een slim ding dat je bewegingen direct aanvoelt en stuurt, je behoedt voor struikelen en zelfs met een smartphone kan worden gestuurd naar fietsmodus.
Daarmee leren lopen zal ook een tijdje duren (maar het zou een revelatie zijn)
Er zijn verschillende gradaties van computergestuurde knieën, waarop je recht hebt, naarmate je de looptests beter aflegt en in zover je in het gewone leven hierna een minder of meer actieve rol wil spelen. Ik wil gewoon buiten komen, werken, boodschappen doen en fietsen, spelen met mijn kleinzoon, en met Ann een citytrip kunnen doen.

Omdat ik half oktober mijn voorlopige prothese heb gekregen, en de definitieve prothese pas DRIE MAANDEN ERNA kan worden aangevraagd, zijnde half januari; en het dan nog een tijdje duurt voordat deze goedgekeurd en geleverd wordt, zijn we dan misschien in half februari aanbeland voordat ik mijn definitieve prothese heb. Daarmee nog een maandje oefenen.

In de tussentijd is er ook de mogelijkheid om naar huis te gaan en met de mechanische knie een tijd alles te proberen. Een op het eerst gezicht aanlokkelijk alternatief om de druk van de psychische boog af te nemen.

Dan maar liever kiezen voor de lange weg naar weer zo goed lopen als ik zelf en de middelen me toelaten.

A small step for stumpy, a huge road to walk again 🙂

a walk in the park

Rolstoelen, mechanische en elektrische, verenigt u! Juist voor de hoofdingang van Pellenberg, een pleintje waar in betere weersomstandigheden de revalidanten hun bezoek ontvangen, staan ze nu met veel animo in de startblokken.

Voor een boswandeling. Een ander soort wandeling kun je niet maken rond dit luxe revalidatiecentrum: zie de wegbeschrijving hieronder.

We worden in groepen verdeeld. Volgens bekwaamheid.

Er zijn een viertal stappers, onder wie:
mijn vriend Sander (*). Hij heeft op twee maanden voor zijn pensioen Covid-19 gekregen en is twee maal in coma gebracht. Bij het ontwaken lukte zelfs het praten niet meer. Hij stapt steeds beter, in de afgelopen drie weken heb ik zijn boomstammen van benen al met sprongen zien vooruitgaan. Enkel zijn linkerarm kan bijna niets meer; zijn werk om de oude kracht terug te krijgen, zou een proces van wel twee jaar kunnen zijn. Hij is een vrolijke man, een onuitputtelijke bron van verhalen en anekdotes, die de hele verdieping afschuimt om iedereen met een kwinkslag een opbeurend moment te bezorgen.
Mijn vriendin Rosemie. Met haar heb ik iets beleefd, dat misschien mijn hele leven het vertellen waard blijft. Laat me vandaag beginnen. De eerste dag hier, al binnen rollend naar mijn kamer op het einde van de gang, zag ik een dame van ongeveer mijn leeftijd met een prothese succesvol haar wandeloefeningen doen.
‘Die mevrouw is al verder dan ik’, zei ik met een mengeling van adrenaline door spanning. ‘Dat wens ik u ook toe. Het is geweldig!’ Wat ik toen voelde, dat houdt me zelfs nu niet helemaal droog. Heel inspirerende en hopelijk visionair.

Terug naar de wandeling van vandaag. Daar staan de vrienden in mechanische rolstoelen. Zij hebben een verlamming over een groot deel van het lichaam, waardoor ze aan de rolstoel gebonden zijn. Gelukkig zijn er hier in de slaapkamer en in de kinezaal takels om hen in bed of aan een oefenapparaat te hijsen. Maar goed, tijdens de wandeling besturen ze hun wagen met een soort console.
Nathalie heeft een gasontploffing in haar caravan overleefd en, na een verblijf in het brandwondencentrum dat wonderen doet, leert ze hier met succes weer wandelen.
François heeft de stomme pech gehad dat een gewoon abces in zijn ruggenmerg terecht kwam waardoor er drie wervels moesten weggenomen worden. Ik zou liggen spartelen in mijn rolstoel – denk ik – maar François zegt altijd goedendag, heeft hele droge humor, en is bovendien piekfijn gekleed. Klagen hoort er hier niet bij, wat een les is dat voor mij :-)!

Paraat staan tenslotte de revalidanten in de mechanische rolstoelen. Cédric, de sportcoach noemt hen ( / ons) met zijn ironische peptalk de ‘elitetroepen’. Omdat we kunnen roeien met de riemen die we hebben, onze armen.

Nuttig in dit verband maar vooral leuk is dat onze ‘therapeuten’ ook van de partij zijn. Kine’s, ergo’s, sportcoaches, zaaldokter, loopbaanbegeleidsters zijn er om ons een duwtje in de rug te geven.

‘Off we go’
Wie Pellenberg kent, weet dat dit een heel heuvelachtig park, bijna bos is.
We duiken kort na het startschot van een heuvel af. Tanja houdt mijn jeugdig vuur en het op hol slaan van mijn rolwagen in bedwang. Cédric wijst ons op de mooie natuur en vertelt hoe ook hij de verloren gegane kennis van bomen zich heeft eigen gemaakt.

Om niet af te dwalen naar het genre reisgids, onthoud ik u, lezer, de overige pracht en praal van Pellenberg, en raad u aan om u er zelf eens van te vergewissen.
Als bezoeker, zeker mogelijk. Welkom.

De vrolijke bende haalt voltallig de finish, niet in het minst gedreven door het zoete vooruitzicht van warme chocomelk en marshmallows. We zijn aangekomen aan de achteringang van het gebouw, bij het fietsparcours. Een verpleegster heeft het bruine brouwsel gemaakt, de psychologe deelt de snoepjes uit. Iedereen, werkelijk iedereen, voelt de saamhorigheid, de heilzame buitenlucht (dit gebouw is in 1958 gezet als sanatorium voor tuberculose patiënten)

Schoolreisjes zijn voor mij al geleden van de jaren zestig, maar wat ik me ervan herinner, het gevoel was vandaag terug. Bedankt therapeuten. En bedankt, liever lezers!

(*) Ten behoeve van de anonimiteit van mijn co-revalidanten wordt hier niet de eigen naam gebruikt.

Partner in crime

De partner van een zieke of revalidant heeft het niet voor de poes.

Zet je elkaar niet per ongeluk op het verkeerde been? Het blijkt belangrijk dat je elkaar de juiste dingen (niet) vertelt. Communicatie.
Hoe surf je op dezelfde golf? Probeer groter te zijn dan de dagelijkse activiteiten, want die verschillen onderling. Differentiatie.
Wie heft het zwaarste gewicht? Jij een kilo veren en ik een kilo stenen? Interpretatie.

Wellicht kijkt de een te ver vooruit.
‘Neem het per dag, hooguit per week, liefje’, tempert de ander (als die in een wijze bui is).

Soms zitten we tegen het plafond, eerst de een en dan de ander (met helium hoofden).
‘Is het nog niet genoeg geweest, dat dit er ook nog bij moet komen?, bulderen we in koor.

De vrouw van een andere revalidant heeft gisteravond op de terugweg van het bezoek een TIA (‘attackske’) gehad. Gelukkig is ze al beter. Dat zet je aan het denken.

Teveel co-revalidanten om op te noemen hebben hetzelfde effect. Hun verhaal zet je helium aan het werk. Uit respect zal ik hun miserie hier niet beschrijven.
Maar bovenal vertellen zij verhalen van humor, berusting, moed en wijsheid.

Zou ik morgen toch maar eens vragen aan die moedige ‘collega’s’ of ik mijn bronnen mag vrijgeven en hun verhaal cursief mag publiceren?

Voor het indommelen broed ik alvast op pseudoniemen.



Haaienbek

Aan de overkant hangen de zonneweringen uitgerold, opgetrokken of halfstok.
Het is best een troosteloos gezicht.
Maar dat zullen ze van mij misschien ook zeggen.

Mijn been heeft vannacht besloten om, nu hij er niet meer is, me pijn te bezorgen.
Pillen zullen het wel oplossen en voor de rest moet je zelf tussen je oren grote schoonmaak houden.

Je moet geduld hebben. Daar was ik al bang voor. Het is een eigenschap die ik maar in beperkte mate bezit. Dat weet nu ook de nachtverpleegster. Onbehouwen gedrag, waarop men niet trots is, maar zo gaat het blijkbaar af en toe nog wel eens.

Operatieverband is vandaag verwijderd. De draadjes op de stomp doen me denken aan een haaienbek. Maar de dokter zegt: ‘Litteken ziet er fantastisch uit’. En daar heeft hij gelijk in.

Vandaag mocht alle slangetjes en kabels eraf en eruit: pijnpomp, blaaszonde en epidurale.

Het looprek staat nu nog geparkeerd in mijn ziekenhuiskamer.
Straks wandelt het met mij het ‘rijk van de vrijheid’ tegemoet.

Protheseus

De Griekse god van de kunstledematen?
Lees er de Goden en Heldensagen maar op na: hij heeft nooit bestaan.
De prothese is een kunstmatige vervanging of correctie van een lichaamsdeel.
Een beenprothese is een kunstbeen.
Een Piraat heeft behalve een muts, een ooglapje en een haak aan zijn arm, minstens een houten poot nodig.

Wat een olijk Cursiefje, een frivole Kronkel had moeten worden, is ernstig begonnen.
Ook voor Simon Carmiggelt werd het iedere week weer maandag.

Er is al wat op me in gepraat vandaag. Nu ben ik aan de beurt. Luister je mee?

De buurpatiënt zegt goedemorgen en vertelt hoe hij geslapen heeft met zijn bloeddruk, die inderdaad te hoog is.