Ik ben boos. Ik zou willen emigreren. De Belgische kranten en Tv nemen enkel Israël op de korrel. En op die korrel mag en moet er zeker genomen worden.
De kwaliteitskrant De Standaard heeft een hoofdredacteur die spreekt over de ‘oorlogsmachine’ en ‘het Joodse volk’ dat dit of dat niet begrijpt.
De socialistische vakbond van de VRT houdt zich strikt aan de linkse lijn; ze menen het recht te hebben om voor en na een liedjeswedstrijd de Israëlische ‘genocide’ te hekelen. De VRT zegt dat niet te kunnen verbieden, want een vakbond heeft de vrijheid om acties te houden. Maar heeft de VRT geen eindredactie of een programmadirectie, die mag beslissen dat de programmatie moet gevolgd worden; en dat politieke boodschappen, tenzij het ‘boodschappen van algemeen nut’ zijn, het draaiboek niet mogen verstoren?
Wel laat men het Forum van Joodse Organisaties, middels de ouwe rot Hans Knoop, aan het woord – wat wel weer netjes is – om te mogen zeggen dat de boodschap van het ACOD eenzijdig is, wegens geen vermelding van de ‘pogrom van 7 oktober’. Tegen die woorden, kan je veel inbrengen, tegen zijn vervolgmededeling dat het binnen de essentie van Songfestival geen pas geeft om dit evenement als kapstok voor politieke standpunten te gebruiken, niet (vind ik).
Ik wil even blijven bij het nieuwsitem van het VRT journaal van 19 uur.
Ik kán helemaal niet meer emigreren – of is het remigreren? – naar Nederland!
Ook in Nederland is het gevoel voor nuance in de Hamas-Israëlische oorlog zoek.
De Nederlandse kandidaat voor het Songfestival kijkt, ostentatief niet-luisterend, weg van de Israëlische kandidate. Die zangeres wil een antwoord formuleren op de vraag van iemand in de zaal (een journalist, denk ik) of zij het verantwoord vindt dat ze door haar aanwezigheid het leven van alle andere aanwezigen in gevaar brengt?
Boosheid bij mij. De zangers antwoordt kalm dat ze ervan overtuigd is dat de organisatoren afdoende maatregelen zullen nemen om alle aanwezigen te beschermen. Is deze jonge, er blij en oprecht uitziende vrouw, soms een exponent van het militaire beleid van Israël? Nog afgezien van het standpunt-Knoop dat het op dit evenement niet gepast is om die controverse te uiten, is het correct om Israël en zijn vertegenwoordigers op eender welk cultureel of sportief gebied, met eenzijdig denken te brandmerken als de veroorzaker en de enige verspreider van al die ellende? Kan men dat doen zónder de tegenpartij impliciet gelijk te geven? Blijkbaar wel, want ook hier ontbreekt de nuance.
Het nieuws zingt daarna een ander liedje:
Israël krijgt geen steun meer van Amerika. Hoeveel en hoelang, daar ging het in deze uitzending niet om of over. Wel over hoe lang Israël het zonder de steun van de VS zou kunnen uitzingen. Jens Fransen, een gewaardeerde VRT journalist als het over militaire zaken gaat, stelt dat Israël het dan zonder bepaalde raketten en bommen moet stellen en dat het afweersysteem dan veel minder vijandige raketten zal kunnen afweren. Men interviewt een gepensioneerde Israëlische militair, die bevestigt dat dit – zij het niet op korte termijn – wel op lange en zelfs middellange termijn, het geval zou kunnen zijn.
Dat kan zo zijn, maar het kan ook niet zo zijn. We krijgen één journalist en één ex-militair te horen. Militaire sterkte of zwakte wordt per definitie strikt geheim gehouden. Maar, het vermoeden wordt sterk gewekt op het Vlaamse Journaal dat Israël zonder de Verenigde Staten zwakker staat. Of ronduit zwak. Zo zwak zelf dat het zijn eerste oorlog wel eens zou kunnen verliezen.
Boosheid bij mij. Een familielid in Israël heeft eens geschreven: ‘Israël kan maar één oorlog verliezen’. Die uitspraak, die door onnoemelijk veel, misschien wel bijna alle – ik heb geen statistieken erover – Joodse Israëli gedeeld wordt, probeer ik te begrijpen en te verklaren.
Er is het smalle en kleine stuk Israël, dat uitgeroepen werd op 4 mei 1948.
Voor het eenvoudig begrip, laten we de voorafgaande Joodse geschiedenis – hoe bepalend ook – in deze verklaring buiten beschouwing. Geen bijbels land, geen verdere duiding van wat Zionisme is, zelf geen Shoa. Enkel die dag en dat feit, 14 mei 1948.
Voor het betoog weid ik evenmin uit over de voorafgaande Palestijnse of Arabische geschiedenis. Geen Ottomaanse of Engelse overheersing, geen haat-liefde verhouding met de immigrerende Joden. En – ik eigen mezelf voor één keer het recht toe om eenzijdig te denken – even zelfs geen Nakba.
De Joodse bewoners hebben zich vanaf de dag na 14 mei 1948 bedreigd gevoeld door Arabische buurlanden, die de staat Israël niet erkenden en zijn nieuwe bewoners wilden verdrijven of vernietigen. Israël wist bij deze oorlog en bij de volgende in 1956, 1967 en 1973 de Arabische landen te weerstaan en ook landwinst, nadien deels teruggegeven, te behalen.
Evenmin hebben we het hier over Jordaanoevers, Gaza genomen en gegeven en ingeperkt, over PLO en duiven van presidenten zoals Olmert en Barak, over 3 miljoen vredig samenwonende Arabische Israëliërs, over de vrede met Egypte en Jordanië.
Het is de angst van de Israëli om van de kaart geveegd te worden die verwoord wordt in ‘Israël kan maar één oorlog verliezen’.
Om dit te bereiken heeft Israël altijd op zijn eigen kracht gerekend (en, inderdaad, de steun van de VS was er ook) Daarom werd een lange legerdienst voor jongens en meisjes ingevoerd. Daarom werd er hard teruggeslagen. In mijn referentiekader, ging het bij alle van de genoemde oorlogen om terugslaan. Zoals men ook een harde politiek voerde bij het onderhandelen met gijzelende terroristen.
In het referentiekader van ons, Europeanen die dachten of denken dat er in ons leven nooit meer oorlog zou komen, is het moeilijk inleven in de psychologie van een land dat constant ‘op voet van oorlog’ leeft.
7 oktober. Dat was voor de Israëli de eerste gelukte aanval van de tegenpartij. Onverwacht en van onvoorziene omvang. Een deuk in het vertrouwen dat er nooit die ‘ene verloren oorlog’ zou komen.
Een tweede klap was het onvermogen van de wereld om in te zien wat een trauma dit voor de Joden in Israël was. Een ‘pogrom’, in het veilig gewaande eigen land. Je laten verrassen en uitmoorden. En door de vergelijkbaarheid met de arme, makke schapen van de Holocaust, kwam bij velen het trauma van 80 jaar geleden naar boven.
Israël heeft teruggeslagen. En daar kwam en komt veel kritiek op. Dat er plaats is voor kritiek zal wel geen enkel weldenkend mens ontkennen.
Boosheid bij mij. Niet om de kritiek, maar om de weldenkendheid. Het gebrek aan kennis van nu en vroeger. Het onvermogen of de onwil om twee kanten van de zaak te bekijken.
Betogingen en leuzen en bezettingen van universiteiten zijn voor velen een uitlaatklep, maar in de politieke en militaire strijd louter ‘feel-good’ handelingen. Weinig impact, veel polarisatie.
In Israël bestaat al decennia een vredesbeweging, die gewoontegetrouw, vooral uit het linkse politieke spectrum komt. Na 7 oktober heeft Links Israël zich in de steek gelaten gevoeld door de gelijkgezinde ‘linksen’ in Europa en de VS: gebrek aan empathie voor een klein land, dat aangevallen wordt door meedogenloze terroristen, die lukraak onschuldige burgers op een zeer wrede manier hebben vermoord. Deze stelling komt van niemand minder dan Yuval Harari, de Israëlische historicus, schrijver en denker.
Ook in België kostte het (extreem-)links moeite om deze aanslag onverbiddelijk te veroordelen.
Na het terugslaan van Israël in Gaza. Het duizelingwekkende getal van 35.000 doden. Ik ga daarbij evenmin twijfelen over duizend meer of minder en de bron die die cijfers aanlevert. Het is onmenselijk wreed. Even niet over menselijk schild, propagandaoorlog, radicaal uitroeien van terroristen, geen en dan toch humanitaire hulp, U.N.-resoluties, EU verklaringen, even niet ‘vredesbesprekingen’.
Of toch wel, jazeker vredesbesprekingen. Uit mijn referentiekader en buiten mijn comfortzone, toch maar: ieder een deel? Als dat vrede brengt, ja. Maar dan moet er gepraat worden en moeten de wapens zwijgen. Dat wij althans, die niet in deze getergde gebieden wonen, proberen om meer dan één kant te willen zien. Laat het zo zijn, omein.
Plaats een reactie